
Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (toepasselijkheid Wet arbeid en zorg)
Artikel II
1
De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind als ouder in familierechtelijke betrekking is komen te staan en die tussen 1 februari 2001 en de datum waarop artikel I, onderdeel G, in werking treedt ten aanzien van elk van die kinderen ouderschapsverlof heeft opgenomen, heeft tijdens dat verlof recht op doorbetaling van 75% van de bezoldiging.
2
De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die tussen 1 februari 2001 en de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind als ouder in familierechtelijke betrekking is komen te staan en die daarvoor ouderschapsverlof heeft genoten, heeft na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, mits aan de voorwaarden daarvoor is voldaan, aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van het kind of de kinderen voor wie hij nog geen verlof heeft genoten.
3
Indien een kind, voor wie nog geen verlof is genoten als bedoeld in het tweede lid op een tijdstip gelegen tussen 1 februari 2001 en 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel, de leeftijd van acht jaar heeft bereikt dan wel zal bereiken, bestaat gedurende twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van dat kind.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.